Sint Baafsplein Gent

Afstand: 12 km  /  Duur: ± 120 minuten


Het Sint Baafsplein is voor Gent wat het Ile Saint-Louis voor Parijs is: het hart van de stad. Hier op dit eiland, vlakbij de plaats waar de Schelde en de Leie samenvloeien, is Gent ontstaan. De naam is afgeleid van het Keltische Ganda of samenvloeiing. Op dit centrale plein vinden de drie machten elkaar: de burgerij met zijn machtige Belfort, het intellect met de statige schouwburg en de kerk met de indrukwekkende Sint-Baafskathedraal.


Route

1 > Het Sint Baafsplein
2 > Het Belfort - De schouwburg
3 > Het Emile Braunplein
4 > Stadshal, geniaal of miskleun?

Eten en drinken
Slapen


1 > Het Sint Baafsplein

Ooit was de Sint-Baafskathedraal niet meer dan een kleine parochiekerk. Van de oorspronkelijke, in 942 gewijde kapel blijft echter niets meer over. De oudste restanten zijn twee Romaanse beuken in de crypte. Zij dateren uit 1150. Als Keizer Karel in 1540 de vlakbij gelegen Sint-Baafsabdij laat afbreken om er het Spanjaardenkasteel op te trekken, vinden de monniken hier in de kerk een onderkomen.

Binnen in de kathedraal zijn tientallen kunstschatten bewonderen. Naast onder meer de overweldigende rococopreekstoel uit 1745 en een prachtige Rubens bevind zich hier het belangrijkste werk van de Vlaamse kunstgeschiedenis: De aanbidding van het Lam Gods van de Gebroeders Van Eyck. Dit pronkstuk uit de 15e eeuw heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. Het overleefde maar net de beeldenstorm van de 15e eeuw en de Franse bezetting van twee eeuwen later. Verschillende onderdelen van het veelluik  raakten verspreid  en pas in 1920 kon dit topstuk weer in al zijn glorie worden vertoond. Echter de consternatie was groot toen op 11 april 1934 twee zijpanelen voorstellende 'de rechtvaardige rechters'  bleken te zijn gestolen. Volgens een anonieme brief zou de panelen zijn opgeslagen in een bagagedepot van het Brussels Noordstation. Het bleek vals alarm, maar tot op de dag van vandaag blijft de roof omgeven door mysterie.

Een restauratie die drie jaar duurde  heeft details van ‘De aanbidding van het Lam Gods’ blootgelegd die vijf eeuwen onzichtbaar waren. Het lam gods zelf heeft weer menselijke trekken gekregen.


2 > Het Belfort - De schouwburg

Tegenover de kathedraal reikt het Belfort naar de hemel. Bovenop de statige wachttoren waakt de draak over de bewoners van de stad én over haar vrijheden, die de stad in 1180 ontving. Dit is al het derde exemplaar van het 400 kilogram zware koperen gevaarte, allemaal kopieën van de originele draak uit 1377, die is te bezichtigen in de torenwachterkamers. Sinds 1999 staat het Belfort op de wereldranglijst van het beschermd cultureel erfgoed van de Unesco. In de Lakenhalle, die tegen het Belfort aan werd gebouwd, vindt men de Dienst voor Toerisme van de stad. Op het theatergebouw kijkt de God Apollo uit op het plein.  In 1965 werd het NTGent, het Nederlands Theater Gent opgericht.  


3 > Het Emile Braunplein

Een driehoekig pleintje gelegen tussen het Belfort, de Poeljemarkt en het Gouden Leeuwplein en het koor van de St.-Niklaaskerk. Het plein werd in 1918 naar Burgemeester Braun genaamd; in een hoek van het grasperk gelegen voor de enige bebouwde zijde van het plein werd het Emile Braunmonument van Georges Minne (1866-1941) opgericht: een zwart marmeren beeldhouwgroep, vijf geknielde Jongelingen rondom een fontein.

De andere hoek van het grasperk wordt sinds 1950 ingenomen door de legendarische ‘Klokke Roeland’ waarvan de eigenlijke naam luidt ‘de Triomfante’: deze klok is gegoten in 1660 door de befaamde klokkengieter Pieter Hemony van Zutphen voor de nieuwe beiaard van het Belfort. Gegoten uit de beroemde stadsklok ‘Roeland’ . De oude ‘Roeland’ werd in 1314 vervaardigd en in 1660 dus gesmolten voor het gieten van deze nieuwe Roeland of Triomfante. Deze laatste werd sinds 1914 elektrisch geluid waardoor zij ging splijten. Sinds 1948 werd zij definitief uit het Belfort verwijderd en rust nu in een betonnen sokkel naast de nieuwe Stadshal.


4 > Stadshal, geniaal of miskleun?

De stadshal, een ontwerp van de architecten Robbrecht & Daem en Marie-José Van Hee is een uitdagend gebouw wat zich duidelijk afzet tegen de historische omgeving;  een nieuw gezicht  uitdagend, en controversieel! 

Een van de vaakst gehoorde punten van kritiek is de maat en schaal van het achttien meter hoge en veertig meter lange gebouw; ‘Voor de inrichting van dit plein zijn we zeer bewust omgesprongen met maat en schaal,’ zei ons Paul Robbrecht. ‘De verhoudingen moesten kloppen! Met de monumenten  rond het plein wilden we ons niet meten. Dat is van een andere orde, waar we respectvol mee omgaan. Wel moest de hal de hoogte halen van omliggende gebouwen, zoals het stadhuis.’ Het Braunplein was een onleesbaar plein geworden. Historische plekken zoals de Poeljemarkt en het Gouden Leeuwplein zijn nu opnieuw zichtbaar. Wie de stadshal nadert vanuit de stegen en invalswegen rond het plein merkt dat het best meevalt met de zichtlijnen op de drie historische torens. Meer zelfs: de monumenten lijken ingelijst en versterkt. Nieuwe details vallen op. Paul Robbrecht: ‘De plaatsing op de diverse assen is uitgekiend. We hebben gegoocheld met het perspectief, volgens vuistregels uit de renaissance. Als een poortgebouw staat de hal op verschillende routes. En dan is er ook nog de lichte helling, die het gevoel van een belvedère oproept.’ De architecten wachten de kritiek met open vizier af! Een deel van de wrevel spitst zich toe op de betonnen klokkentoren, die deel uitmaakt van het project. Hij was oorspronkelijk voorzien voor een nieuwe klok voor het Belfortcarillon, maar dat plan ging niet door. Bij wijze van compromis kreeg Klokke Roeland hier een plaats.

Betonnen nieuwbouw, pal tegen de sacristie van de Sint-Niklaaskerk: kan dat wel?
Robbrecht: 'Die klokkentoren is ook geen uitvinding van ons. Ze hoorde bij de opdracht. We hebben ze opgevat als een steunend element, een vijfde sokkel van de stadshal. Ook de liftkoker voor de fietsenstalling kreeg hier een plaats: !


Eten en drinken


Slapen