Het industriële hart van Eindhoven

Afstand:  circa   7 km /  Duur: ± 180 minuten


Enter a Brave New World - De Stad is het Lab . Vooral dankzij Philips groeide Eindhoven uit tot een wereldcentrum voor technologische ontwikkelingen. Dat weerspiegeld zich in de gebouwen en de architectuur van de stad.  We beginnen de wandeling aan de Emmasingel, het  machtscentrum van het vooroorlogse Philips en eindigen in het oude Philips natuurkundig  laboratorium, nu heel symbolisch, het Natlab voor cultuur..  


Route

1 > De Emmasingel 
2 > De Witte Dame  
3 > De Admirant 
4 > Usine - Art Hotel
5 > Blob - Piazza - 18 Septemberplein
6 > Bijenkorf 
7 > Station Eindhoven 
8 > Strijp-S
9 > Philips Natuurkundig Laboratorium
10 > Enter a Brave New World - De Stad is het Lab


1 > De Emmasingel

De Emmasingel is de bakermat van Philips. Prominent zien we de lichttoren op de hoek van de Emmasingel-Mathildelaan die dateert van 1921. De zevenhoekige toren heeft haar naam te danken aan het feit dat op de bovenste verdieping de levensduur van lampen werd getest. Aan de overkant van de Emmasingel staat het voormalig hoofdkantoor van Philips, later ook wel De Bruine Heer genoemd. Het hoofdkantoor kreeg deze naam als tegenhanger van De Witte Dame.

De voorloper van De Witte Dame ontstond al in 1908 toen Philips een complex van betonhoogbouw liet bouwen aan de Emmasingel. Op het gebied tussen de Willemstraat, Emmasingel en Mathildelaan verrees de eerste vleugel van deze hoogbouw. Begin jaren ’20 werd een vleugel parallel aan het spoor gebouwd met op de kop de 48 meter hoge lichttoren. Het sluitstuk van het complex werd gebouwd vanaf 1928. Het zijn de vleugels die nu bekend staan als De Witte Dame. De expansie was voornamelijk te danken aan de groeiende radio-industrie. In de jaren ’80 werden de eerste vleugels daterend uit 1908 gesloopt. Gelukkig kon verdere sloop van De Witte Dame in de jaren ’90 worden voorkomen. Het reddingsplan van de voormalige fabriek voorzag in een nieuwe bestemming als kunst- en cultuurcentrum. Een aardig detail is dat De Witte Dame eerst grijs was en pas wit werd geschilderd in 1953. De Witte Dame huisvest nu onder andere de Openbare Bibliotheek Eindhoven en de Design Academy. Philips is niet geheel verdwenen van het complex.

 

Aan de Mathildelaan bevindt zich ook het Philips Museum. Philips is hier ontstaan in 1891 toen Frederik Philips en zijn zoon Gerard een fabriekje begonnen aan de Emmasingel. Dit fabriekje, waar toen kooldraadgloeilampen werden vervaardigd, is er nog en staat tegenover De Witte Dame. Het is nu een museum waar oudere Philips medewerkers vertellen over de geschiedenis van de lamp, het product waar het hier allemaal mee begonnen is.


2 > De Witte Dame – architect Ir. Dirk Roosenburg

Als gevolg van de enorme groei die Philips doormaakte in de jaren twintig is in de jaren twintig dit fabriekscomplex gebouwd. Het is eenzelfde skeletbouw van gewapend beton als de eerste Philips hoogbouw op dit terrein uit 1908 die in 1988 gesloopt werd. In 1995 heeft dit gebouw diverse wijzigingen ten behoeve van herbestemming ondergaan. Een sterke expressie is bereikt met eenvoudige, duurzame middelen. Philips heeft het gebouw vanaf het begin gebruikt als bij de productie voor gloeilampen. Het heeft zijn markante witte kleur pas in 1953 gekregen. In de jaren tachtig kwam het gebouw leeg te staan, er waren toen ook sloopplannen!  

Gelukkig is het gebouw nu vakkundig gerenoveerd door de Eindhovense architect Bert Dirrix. De Witte Dame werd op 27 mei 1998 heropend. Er zijn nu onder meer de Design Academie en de Bibliotheek Eindhoven gevestigd.


3 > De Admirant – architect Ir. Dirk Roosenburg

Dit administratiegebouw voor de firma Philips werd in 1925 ontworpen in een zakelijke stijl in de geest van de grote Amerikaanse industriële gebouwen. Een enorme vide binnen het gebouw zorgde voor toetreding van daglicht. Ook was er aandacht voor de centrale rol van het gebouw in de Philips organisatie die tot uitdrukking werd gebracht door de monumentale entree aan de westzijde en de glas-in-lood ramen van het trappenhuis. De beelden boven de luifel bij de ingang aan de Emmasingel zijn van Albert Termote. De glas-in-lood ramen van de Limburgse kunstenaar Joep Nicolas.

In december 1942 werd het gebouw gebombardeerd; ernstige schade liepen de oostgevel en de verdiepingsvloeren op. De glazen overkapping van de centrale lichthof werd volledig vernield. Uit voorzorg waren de glas-in-lood ramen van het trappenhuis veilig opgeborgen waardoor zij de oorlog ongeschonden hebben overleefd. Na de oorlog werd in 1947 het hoofdvolume van het gebouw hersteld zonder de centrale lichthof maar met een uitbreiding van een vleugel met een nieuwe entreepartij aan de noordzijde, in een contrasterende gele steen. De glas-in-lood ramen van Joep Nicolas werden opnieuw geplaatst in het nieuwe trappenhuis. Ook werd een monumentale nieuwe entreepartij aan de noordoostzijde gerealiseerd.

 

In 2007 is het overgrote deel van het gebouw weer in gebruik als kantoor en verzamelgebouw. De restauratie verbouwingen zijn gerealiseerd volgens de plannen van het bureau Dam & Partners uit Amsterdam, met veel aandacht voor het conserveren van de gevels en het behoud van het interieur. De oorspronkelijk stalen raamprofielen zijn vervangen door aluminium profielen. De Bruine Heer is – net zo als de Witte Dame – op houten palen gebouwd. Door verlaging van de grondwaterstand waren de houten palen door schimmels aangetast. Daarom zijn er tijdens de renovatie geboorde betonnen palen onder gezet. De Witte Dame en de Bruine Heer vormen nu weer een ‘fraai’ ensemble langs de Emmasingel.


Onze bijdrage aan dit geheel betreft de restauratie aan de kop van de Admirant. Onze plannen voor een Grand Café aan de kopzijde van de Nieuwe Emmasingel zijn op  niets uitgelopen. De komst van de Usine aan de overzijde heeft de plannen gedwarsboomd. Nu is er Douwe Egberts Café in gevestigd.


Dirk Roosenburg, Architect (Den Haag, 1887-1962) 

Roosenburg viel op door zijn heel eigen manier van ontwerpen. Hij liet zich niet plaatsen in een stroming binnen de architectuur, maar ging heel bewust zijn eigen, weloverwogen weg. Roosenburg volgde de technische ontwikkelingen binnen de bouwwereld tijdens zijn vijftigjarige carrière op de voet en gebruikte deze vrijwel direct in zijn eigen ontwerpen. Een van de opvallendste kenmerken van zijn werk, naast een eerlijk materiaalgebruik en een gedegen afwerking, is dan ook het hoge technische peil van zowel de voorzieningen als de constructie. De Philips gloeilampfabrieken begonnen hun bestaan op zeer bescheiden schaal in 1891 in een oud textielfabriekje aan de Emmasingel. Echter al in 1898 was er een uitbreiding nodig die uitgevoerd werd als shedbouw. De shedbouw had grote voordelen: de schuin in het dakvlak geplaatste ramen op het noorden zorgen voor een optimale lichtval.

In 1904 werd hier een eerste ‘hoogbouw’ toegevoegd, uitgevoerd in baksteen met ijzeren balken en houten vloeren, in een voor die tijd respectabele hoogte van vier verdiepingen. Als de fabriek in 1910 meer dan 1000 werknemers heeft, blijft ook een derde uitbreiding niet uit: een eerste betonnen hoogbouw wordt neergezet, waarbij wordt gezocht naar een zeker bouwsysteem, een systeem dat verbeterd werd in 1920, toen de  hoogbouw op de hoek van de Emmasingel en de Mathildelaan werd uitgebreid tot ‘de Lichttoren’ door het architectenbureau van Dirk Roosenburg. Roosenburg introduceerde de zichtbare leidingen, de vaste traveeafstand en het vaste balken en kolommensysteem.

 

Buiten deze ‘Lichttoren’ ontwierp Roosenburg tientallen andere gebouwen voor Philips, zichzelf altijd weer overtreffend in technisch vernuft en ingenieuze oplossingen. Men voelt door alles heen dat de opdrachtgever (Philips) zijn architect (Roosenburg) als eis had gesteld: maak een technisch volkomen gebouw, zoek goede materialen die ons een hoge onderhoudsrekeningen besparen en laat elke overbodige luxe achterwege! Een aardige wetenswaardigheid is dat Roosenburg de opa was van de bekende architect Rem Koolhaas. Ook bestaat er een Dirk Roosenburg prijs, een tweejaarlijkse architectuurprijs van de gemeente Eindhoven.


Joep Nicolas, Glazenier (Roermond, 1897-1972) 

Nicolas was een telg uit een kunstzinnig Roermonds geslacht. De praktische kanten van het gecompliceerde glazeniersvak leerde hij in het atelier van zijn vader. Tussen de bedrijven door experimenteerde hij met eigen opdrachten.

In 1925 won hij de Grand Prix des Maîtres Verriers  met het ‘St. Maartensraam’. Had Nicolas bij dit St. Maartensraam nog vastgehouden aan de heersende traditie om de loodlijnen de contouren van de figuren te doen volgen, weldra zou hij ook daarmee breken en de loodlijnen dwars door figuren heen trekken. Nog tweemaal zou hij de Grand Prix winnen: in 1933 in Milaan en in 1935 in Brussel. Nicolas was een van de eersten die in geschriften bijdroegen aan de emancipatie van de glazenier. Het was teleurstellend voor hem dat het (kerkelijke) glas-in-lood tegen het eind van zijn leven uit de mode raakte.

 

Nicolas artistieke nalatenschap is dus te vinden op vele plaatsen in Nederland en ook in het glas-in-lood paneel in het trappenhuis van De Admirant. Met Charles Eyck, Henri Jonas, Charles Vos en Alfons Boosten vormde hij de kern van de ‘Limburgse School’, een richting in de katholieke kunst uit de jaren dertig die werd gekenmerkt door artistieke vitaliteit en een joyeuze, ‘katholieke’ uitstraling.


4 > Usine en Art Hotel – AWG Architecten

Grand café Usine
De grote ramen zijn karakteristiek voor de Lichttoren en zorgen ervoor dat de ruimte naar buiten gericht is. Bij herbestemming is dit een hinderlijke bijkomstigheid. Door middel van de verhoogde vloeren langs de ramen en de banken met spiegels wisten de interieurarchitecten van USINE de focus in het restaurantgedeelte naar binnen te verleggen.

De materiaalkeuze en de detailleringen zijn zeer geslaagd: het hedendaagse interieur volgt naadloos het monumentale pand. Om dit te bereiken is gebruik gemaakt van materialen als staal, tegels en een kopse eikenhouten vloer, materiaal die van oorsprong ook een fabrieksvloer is!

 

De tegelvloer heeft een klassieke zwart witte kleurstelling, maar door de patronen te laten veranderen krijgt deze een eigentijds uiterlijk. De tafels zijn geïnspireerd op oude naaimachinetafels met als detail het logo van Usine tussen de poten en het blad. Alle verlichting in Usine komt van Philips; de armen van de uplighters aan de binnenkant van de kolommen kwamen uit een antiekzaak en bleken van Philips te zijn.

Art Hotel
Het Art Hotel is een nieuw gebouw dat aansluit tegen het gebouw van de lichttoren. Het bureau van BoB van Reeth, AWG architecten uit Antwerpen, is er in geslaagd om de nieuwbouw ‘fraai’ te laten aansluiten aan de monumentale Philips fabrieken. Het hotel, wat doorloopt in de ‘oude’ ruimte van de voormalige fabriek is door designers flink onder handen genomen en kan met recht een Art-Hotel worden genoemd. De nieuw ingerichte en zeer geslaagde openbare ruimte tussen het Usine en het Art Hotel is van het bureau Lubbers landschapsarchitecten uit ’s-Hertogenbosch.


5 > Blob, Piazza en 18 Septemberplein – Fuksas Architects

In 1999 kreeg weer een Italiaan, Massimiliano Fuksas, de opdracht om de Piazza te herontwikkelen. Fuksas werd gevraagd het winkelcentrum en ook het 18 septemberplein een grote opknapbeurt te geven. Een logische keus dacht men. Fuksas een internationaal befaamd architect vanwege zijn vernieuwende aanpak, is ook Italiaan en zou wel goed kunnen omgaan met dit Italiaanse erfgoed. De aanpak van Fuksas levert enkele markante verschijningen op. De Piazza kreeg een overkapping op een enorme zuilenpartij van cortenstaal (enigszins gebruind weervast staal). 

De toegangstunnels naar de fietsenkelder onder het plein kregen een gebogen betonnen vorm met gebogen glas, wat aansluit bij de glazen gebogen elementen van de iets verderop gelegen Blob. Deze Blob is een vrij gevormd futuristisch lichaam met een uit vaste segmenten bestaande glazen buitenschil. Het biedt ruimte aan de modezaken en kantoren. Er is echter wel wat kritiek op het werk van Fuksas! Kernput hiervan is: is de nuchtere maar fijnzinnige Nederlandse wederopbouw architectuur zoals te zien aan de uiteinden van  winkelstraten als de Demer en de Hermanus Boeksstraat  wel te verenigen met de uitbundige en futuristische  architectuur van Fuskas? Of anders gezien; moeten we dit  juist beschouwen als een ‘typisch Eindhovens fenomeen’, namelijk het steeds weer op zoek gaan naar nieuwe uitdagingen. In dat verband is de Blob een uniek staaltje van architectuur die ook perfect is uitgevoerd. Het uiterlijk van de De Blob bestaat uit maritiem blauw glas gecombineerd met witte panelen. De kitvoegen zijn zo zorgvuldig gedaan dat er als het ware een strakgetrokken huid vormt tussen de aluminum draagribben. Dit 25 meter hoge gevaarte is overginds nog maar een klein broertje vergeleken met het New Congress Centre van Rome wat in 2013 is geopend. Dit met staal en Teflon beklede gevaarte met een buitenoppervlak van 3500 m2 herbergt onder meer een auditorium en een congrecentrum. Kijk op de website van Fuskas om dit ‘buitenaardse wezen’ te kunnnen aanschouwen. Meer informatie op www.fuksas.it


6 > De Bijenkorf – Architect Gio Ponte

De Italiaanse architect Gio Ponti schonk Eindhoven in 1969 een schitterend gebouw: de Bijenkorf. De oprichter van het designblad Domus was al zeventig toen hij door de directie van de Bijenkorf werd gevraagd een ‘charming piece of architecture’ te ontwerpen. Geïnspireerd door het groen van de Nederlandse natuur bekleedde hij de wanden met groene keramische tegels. De tegel is afkomstig van het Milaanese bedrijf Ceramica Joo (tijdens de opening in op 18 maart 1969 ontving het personeel van de Bijenkorf een keramische tegel in een messing bakje, te gebruiken als een pennenbakje).  Het gebouw zelf straalde goede smaak uit, de  hogere en middenklasse (qua inkomen in Eindhoven goed vertegenwoordigd) kregen zo het gevoel mee te tellen in de wereld van internationale smaak en mode. De duidelijke Italiaanse kenmerken komen uit de industrie en modestad Milaan die al in de jaren vijftig gold als voorbeeld voor Italiaans modernisme. In Eindhoven mag men dit gebouw zeer geslaagd noemen: De Bijenkorf was en blijft een succes.

Gio Ponti (1891-1979)
Ponti industrial designer en oprichter van het Domus magazine en architect. Hij wordt wel The Godfather of Italy’s na-oorlogs modernisme genoemd. Bekende werken zij: Montedoria Building in Milan (wat lijkt op het Bijenkorf gebouw) en de 127 meter hoge Pirelli Tower. (lijkt op de Vesteda toren aan de Vestdijk van Jo Coenen.) Meer informatie op www.gioponti.com


7 > Station Eindhoven – Architect van der Gaast 

Het stationsgebouw dateert van 1956. Architect Kees van der Gaast ontwierp het station Eindhoven tussen 1953 en 1956, als een symbool van de nieuwe opvattingen over het reizen. ‘Doorgang, afscheid en ontmoeting’ luidt het opschrift boven de ingang. De in Eindhoven geboren kunstenaar Willy Mignot  beeldde een reeks mensfiguren uit die van links naar rechts steeds ouder worden. Het fries wordt afgesloten met een versregel van Adriaan Roland Holst': het leven is als een reis. De titel van het werk is uitgehakt in het fries: “IK KOM, IK GA”. Op het plein voor het gebouw staat het standbeeld van Anton Philips.

Vanaf 1 januari 2008 kreeg het gebouw samen met 100 andere bouwwerken uit de wederopbouwperiode, de status van Rijksmonument. Een goed voorbeeld van de samenhang van de wederopbouwarchitectuur van de jaren zestig; de maat en schaal past bij wat Eindhoven in de grond van de zaak altijd is gebleven: een uit de kluiten gewassen dorp.

De plannen voor de verbouwing van het centraal station betreft voornamelijk de verbreding van de voetgangerstunnel. Er wordt een toename van het aantal reizigers verwacht van meer 100.000 per dag.  Naast de huidige acht meter brede tunnel wordt een nieuwe tunnel gebouwd met een breedte van 35 meter. Verder worden de goederenliften vervangen door personenliften en krijgen de perrons op- en neergaande roltrappen. Oorspronkelijke elementen zoals de brede entree aan de stadzijde en de mozaïekvloer in de huidige tunnel worden hersteld. Aan de zijde van het busstation zal ook de stationshal worden uitgebreid. 

Route: We gaan met de trein naar de Beukelaan en wandelen naar het klokgebouw op Strijp-S.


8 > Strijp-S

Strijp S is een voormalig bedrijventerrein van circa 30 ha in het stadsdeel Strijp dat heeft toebehoord aan de N.V. Philips. Bekend staande als ‘De verboden stad’ was het een gebied dat omringd werd door de   woonbebouwing, alleen toegankelijk via slagbomen! Het oudste gebouw op het terrein is het Philips Natuurkundig Laboratorium wat dateert uit 1922.

Zeer indrukwekkend was en is de zogeheten Hoge Rug, een aaneengesloten reeks van drie grote industriegebouwen, die in 1928 werden gebouwd. Hier werden radio’s en, na de Tweede Wereldoorlog, ook televisietoestellen geassembleerd. Gebouwd naar voorbeeld van wat in de Verenigde Staten een daylight factory werd genoemd: een fabriek met grote ramen, zodat er veel daglicht naar binnen viel. Ook liepen de VS voorop in de ontwikkeling van fabrieken met een lineair productieproces. De assemblage van radio’s op Strijp S werd ook lineair georganiseerd. Op een rij naast elkaar stonden de drie betonnen productiehallen van een paar bouwlagen hoog, met grote ramen in stalen puien. Daaromheen werkplaatsen, magazijnen, machinekamers, een ketelhuis en pomp- en filtergebouwen. Deze rangschikking van hoge gebouwen met laagbouw eromheen garandeerde zonlicht en frisse lucht in de assemblagefabrieken. De Hoge Rug vormde als het ware de ruggengraat van Strijp S.

Transformatie Strijp S
De omvang van de door VolkerWessels geplande ontwikkelingen voor dit gebied zijn enorm: 92.000 m2 kantoren, 2.500 Woningen 60.000 m2 voorzieningen, waaronder horeca, designclusters, winkels, cultuur, creatieve industrie, theater en 5.000 gestapelde c.q. ondergrondse parkeerplaatsen. Creativiteit en culturele uitingen worden op Strijp-S deel (of zijn al) de dagelijkse gang van zaken. Deze omgeving, waar zoveel uitvindingen het daglicht zagen, moet weer de bakermat gaan vormen voor creatieve ontwikkelingen en innovaties: Strijp-S ‘De Creatieve Stad’. Door de recessie verloopt de transformatie echter trager dan gepland. Dat schept weer ruimte voor tijdelijke functies. Het geeft meer ruimte om Strijp-S met cultuur en culturele programma’s tot leven te brengen. De Dutch Design Week, STRP-festival en Flux/S  Strijp-S zichtbaar maken en duidelijk facetten aan Eindhoven laten toevoegen – zonder overigens de ambitie om het nieuwe stadscentrum te worden.  


9 > Philips Natuurkundig Laboratorium (Natlab)

In 1923 vestigde NatLab zich op Strijp-S. Het oudste deel van NatLab is van de hand van Dirk Roosenburg. In de loop der jaren werden er verschillende vleugels, paviljoens en gebouwen toegevoegd. Na de verhuizing van NatLab in 1968 naar de Bayeuxlaan is het tot 2005 in gebruik bij Philips gebleven.. Eindhoven wil zich ontwikkelen tot laboratoriumstad, niet in de laatste plaats omdat zo wordt gerefereerd aan het roemruchte verleden van dit Philips Natuurkundig Laboratorium, kortweg NatLab op Strijp-S. Opgericht door Philips stond deze onderzoek- en ontwikkelomgeving garant voor een groot aantal innovaties en uitvindingen.  Toen vormde NatLab het hart van Philips, nu wordt NatLab het hart van de cultuur op Strijp-S.  


10 > Enter a Brave New World - De Stad is het Lab

Een van de meest inspirerende terreinen van vernieuwing binnen deze ‘brave new World’ is de afdeling ‘Man and Public Space’ van de Design Academy in Eindhoven. Zij houden zich intensief met de stad bezig; openbare ruimte, uitwisselen van ideeën. Studenten nemen in hun ontwerp van de openbare ruimte een onderzoekende houding aan. Zij zoeken grenzen op en overschrijden die, waardoor nieuwe ruimte ontstaat. Zo maken zij de stad tot een laboratorium nieuwe stijl: de stad die ruimte biedt aan het experiment, durft zelf onderwerp te zijn van onderzoek en ontwerp. Meer informatie op: www.designacademy.nl/Study/Bachelor/Departments/ManAndPublicSpace.aspx

Zeker lezen: ‘Het leven is hier uitstekend’ Op pad in het Eindhoven van rond 1900 aan de hand van oude ansichten. Te verkrijgen via Van Piere  (vroeger Selexyz ) aan de Nieuwe Emmasingel.