pierre hebbelinck architectde mijnsite van grand-hornu 

Afstand: 2 km  /  Duur: ± 120 minuten


Eind 18e eeuw krijgt Charles Godonnesche met twee partners het recht om steenkool te winnen bij Quaregnon en Boussu, in de buurt van Bergen. Na financiële problemen verkoopt zijn weduwe in 1810 de concessie aan de Rijselse handelaar Henri De Gorge. Hij herstart de mijn, vergroot het terrein en boort nieuwe putten. Bij de vijfde, de ‘Sainte-Eugénie’, vindt hij eindelijk kolen.

Le Grand-Hornu ligt aan het Kanaal Bergen-Condé. Vanaf 1816 liet Henri De Gorge er een arbeiderswijk bouwen als alternatief voor de erbarmelijke corons. François Obin baseerde het ontwerp op de idealen van de Verlichting: functionaliteit, hygiëne en sociale zorg.Later bouwde Bruno Renard, geïnspireerd door Ledoux, de neoklassieke bedrijfsgebouwen rond een ellipsvormig plein.

In 1830 leidde de komst van een paardenspoorlijn tot een arbeidersopstand. De Gorge ontsnapte volgens de overlevering verkleed als arbeider. Na zijn dood aan cholera in 1832 zette zijn weduwe Eugénie Legrand het bedrijf voort.

In 1954 stopt de mijnontginning. Na jaren van verval dreigt in 1969 sloop. Architect Henri Guchez koopt de site in 1971 en redt haar. Vanaf 1989 restaureert de provincie Henegouwen het complex; in 2002 opent het MAC’s van Pierre Hebbelinck.

Sinds juli 2012 staat Le Grand-Hornu op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Pierre Hebbelinck maakte van het oude mijncomplex van Grand-Hornu een museum voor hedendaagse kunst. Voor hem betekent bouwen in Wallonië ook: eerst door het verleden heen gaan. Het nieuwe ontstaat niet door het oude uit te wissen, maar door ermee in dialoog te gaan. Dat is precies wat hij bij Grand-Hornu deed: een oud industrieel complex transformeren, renoveren en uitbreiden tot een museum.

Hij zegt:

‘Ik doe niet aan monumentenzorg. Historische gebouwen verdienen geen blind respect. Als de omstandigheden veranderen, moet ook het gebouw mee veranderen.’

Voilà.

Pierre Hebbelinck is niet alleen architect, maar houdt zich ook intensief bezig met publicaties. Voor hem kunnen boeken en andere publicaties deel uitmaken van het architectuurproces: tekeningen, foto's, teksten en gedachten worden samengebracht in zorgvuldig vormgegeven uitgaven. Zijn atelier heeft dan ook een uitgebreide reeks publicaties over zijn projecten.